Schrijf je in voor onze nieuwsbrief:






Uzbekistan
There are no translations available

In Tashkent staat onze volgende echte stop gepland, want daar moeten we visa halen voor China en Kirgizië. Maar ik heb besloten dat te laten zitten. Ik wil graag mijn studievriend uit Zuid-Korea, Dilshod, nog eens ontmoeten, en daarna is het welletjes. Ik merk dat 4 maanden op elkaar aangewezen zijn begint te vreten aan het begrip onderling, en dat ik de lol in het fietsen wel een beetje kwijt ben. Bovendien wil ik dolgraag naar Istanbul en heb helemaal geen trek in wederom gedoe over visums. Ik was al tevreden toen we Turkije hadden gehaald, en dat was mijn grootste probleem deze reis: Als ik nou maar niet zo snel tevreden was geweest, had ik veel minder problemen gehad met obstakels. Maar zo zit ik niet in elkaar. Als het makkelijk al goed is, waarom dan moeilijk doen? Voor de eer, maar die laat ook wel eens afweten. En dus ga ik zo gauw mogelijk een vlucht naar Nederland boeken, om vervolgens door te reizen naar Serra, in Istanbul. Ten minste, dat is het plan. Plannen kunnen altijd veranderen, eerst maar eens zorgen dat ik een reisbureau of internet tegenkom. Later meer hierover, laten we eerst Uzbekistan eens infietsen.


Dat gaat op zich al iets makkelijker dan Turkmenisan in. Er staan sporadisch wat borden over je bestemming, en de kwaliteit van het wegdek is, hoewel nog niet goed te noemen, prettiger dan in Turkmenistan. De eerste grote plaats op onze toch door Uzbekistan is Bukhara. De weg hiernaartoe leidt echter na een kilometer of 20 alleen nog maar door dorpjes en kleine steden. Waar er eentje begint en eindigt weten we niet, het is een stuk bewoonder dan Turkmenistan. Uiteindelijk blijkt dat eigenlijk overal waar wat water te vinden is, dit benut wordt om gewassen te laten groeien, en daardoor ook bewoond is. Ontzettend veel mensen hebben hun eigen stuk land waar ze grotendeels van leven. Omdat veel wegen ook het water volgen, rijdt je dus door uitgestrekte dorpen die zelfs nog geen naam hebben. Als je er post naartoe wilt sturen, moet je het gebied hebben en de familienaam, dan vinden ze het meestal wel. Meestal, want sommige post voor ons is nooit aangekomen, en zo schijnt het wel vaker te gaan. Bovendien was bijna alles opengemaakt voordat het werd bezorgd. Privacy is een woord dat de overheid duidelijk niet in de mond hoeft te nemen.

We overnachten in een boomgaard, nadat we in gebarentaal hebben gevraagd of dat een nachtje zou kunnen. We krijgen er appels op toe, dus gastvrij blijken ze hier ook te zijn. Toch blijkt de volgende dag al dat de gastvrijheid hier hen niet in de weg staat om gewoon geld te ontvangen voor diensten. We worden bijvoorbeeld ergens uitgenodigd om even te praten. Het praten valt wat tegen, want de man kan alleen Russisch en spreekt flink onduidelijk. Maar het eten is zeer welkom, en de thee ook. We krijgen een soort pastei van vlees en ui met kruiden en deeg eromheen. Eigenlijk erg goed te eten, en als ze vragen of we er nog een willen, zeggen we volmondig ja. Achteraf krijgen we echter wel een rekening gepresenteerd, het blijkt een klein restaurant te zijn. Ach, het kost gelukkig niets, en als het goed is kunnen we in Bukhara weer geld opnemen, en anders in Samarqand wel.

Het is warm en zweterig in Uzbekistan. Er is genoeg te drinken, maar het lijkt nooit genoeg als je aan het fietsen bent. Dus eten we ondertussen een watermeloen (met zn drieën) per dag, of twee als dat zo uitkomt. Terwijl we al dorstig worden, rijden we Bukhara in, waar we naast een hoop fruit, groente en wat drinken, wederom een watermeloen halen. Kost ook niks trouwens. We rijden verder op zoek naar een mooie plek om deze te nuttigen, en arriveren ineens in hartje Bukhara. Nu heb ik onderweg al veel dingen gezien, maar het uitzicht op Bukhara doet me voor het eerst  vermoeden dat ik droom. Ik heb deze dingen wel eerder gezien op documentaires of afbeeldingen, maar in het echt is het toch een klap indrukwekkender. Bovendien was ik zo gekookt, dat ik me helemaal niet besefte wat voor historisch paradijs we in aan het fietsen waren. Bukhara is lang het intellectuele centrum geweest van de islamitische wereld, en heeft daar beroemde gebouwen en een prachtig uiterlijk aan overgehouden.  Hier is het dus een goede plek om te pauzeren, met uitzicht op het gigantische fort in zandkleur. Na de pauze vragen we aan een ober een internetcafe, en de jongen kan er ons nog eentje wijzen ook. Het is echter dramatisch gesteld met de kwaliteit van internet in Uzbekistan, en alle leuke dingen die we van plan waren beginnen langzaam in het water te vallen. Vooral foto's uploaden valt tegen. Toch probeer ik nog een vlucht te boeken, maar dat is nog spannend. Aangezien de pagina niet kon laden heb ik op refresh gedrukt en na veel proberen alsnog kunnen betalen. Maar weten ze nou wel waarvoor? Even later heb ik een mailtje van de website: u heeft een vlucht geboekt, later meer details. Gelukkig, geen 340 euro voor niets uitgegeven. Nu alleen nog uitvinden hoe mijn fiets mee moet. Makkelijker gezegd dan gedaan, want het boeken heeft me 2,5 uur gekost, hoewel ik al wist welke vlucht ik moest hebben.

Eenmaal weer buiten gaan we mee met een man die ons een traditioneel etentje voor wil schotelen. Midden door het centrum heen, met korte uitleg, naar zijn huis toe. Ergens middenin een doolhof van steegjes, briljant werkelijk. Deze stad is niet gebouwd op veel mensen, deze stad is gebouwd zoals het de mensen uitkwam, en zo staat alles er nog steeds. En aangezien het een werelderfgoed is, zal het ook nog wel even zo blijven ook. Het eten is uiteindelijk wel lekker, maar niet bijzonder. Dit is voor mij geen grote verrassing, want ik heb in Zuid Korea al ervaren dat het eten van Uzbeken weliswaar anders is, maar zeer goed aansluit op de westerse maag.  Na het eten gaan we nog even brood kopen, waarbij we gelijk mogen kijken hoe het vers wordt gebakken. Een grote oven met allemaal ronde plekken in de binnenkant, waar het deeg in wordt geduwd. Vervolgens gaat het rijzen en prikken ze het er zo weer uit. De jongen die daarmee bezig is, doet het duidelijk vaker. Ontbloot bovenlijf vanwege de hitte, en vanwege de dagelijkse inspanningen gespierd en pezig. In dit soort landen kenne mensen het begrip fitness nog helemaal niet, spieren krijg je van hard werken. Het brood is in ieder geval heerlijk.

We besluiten die dag niet in Bukhara te blijven, maar gewoon door te fietsen. We hebben 30 dagen in Uzbekistan, en in Samarqand is ook genoeg te zien voor een dagje rust. Bovendien hopen we daar beter internet te vinden, en een beter onderkomen. Dus fietsen we de stad uit, en kamperen wederom in een boomgaard. De volgende dag komen we een kurkdroog gebied door, in een brandende zon. Onze watervoorraad begint weer te slinken, en we moeten naar de wc. Dus wanneer we een tankstation zien, rijden we ernaartoe om te kijken of er een wc en wat water te vinden is. De mensen zijn vrolijk en nodigen ons uit aan tafel te komen zitten. Ze vragen ons of we geen koud water uit hun koeling willen, en daar kunnen we geen nee tegen zeggen. Na het legen van twee flessen, vragen we of we er een paar mee kunnen nemen, daar willen we wel voor betalen. Ja, dan kun je ook gelijk voor de andere flessen betalen. 2000 Som per fles alsjeblieft. Dit komt overeen met een euro, en hoewel dat nog steeds niet belachelijk veel is, is het een schandalige prijs in dit land. Maar ze blijven vriendelijk bij hun prijs, en uiteindelijk zetten we dan maar de flessen terug die we niet nodig hebben en betalen netjes. Nog enigszins verrast van deze actie komen we bij een politiecontrole. We fietsen rustig met de auto's mee, maar worden er natuurlijk uitgepikt. Dit is de grensovergang tussen verschillende provincies, en dat is belangrijk in Uzbekistan. Dus wat er raar uitziet, moet even worden ondervraagd. Maar naar we later horen, heeft de politie twee jaar hiervoor te horen gekregen dat ze toeristen niet meer lastig mochten vallen voor steekpenningen en wat nog meer. Dus ze zijn heel vriendelijk geworden, en ook naar ons. Paspoorten zijn niet nodig, ze willen alleen weten waar we toch in hemelsnaam vandaan komen, heen willen en hoeveel zo'n fiets eigenlijk kost. Oh ja, en waar is de motor?

Opgelucht fietsen we weer verder. Geen kostbare dollars uit hoeven geven, want we kunnen nog steeds niet pinnen. Met de 300 dollar die we nog hebben zouden we Tashkent makkelijk moeten halen, maar je weet maar nooit. En inderdaad, je weet maar nooit: 20 minuten later ligt Aafke op de weg, kan amper opstaan en blijkt na onderzoek in het ziekenhuis een stabiele bekkenfractuur opgelopen te hebben. Het kan raar lopen, zo'n ongelukje met een randje in de weg kan je ook overkomen in Nederland of Duitsland. Achteraf zijn we allemaal blij dat dat niet het geval was en we tot hier zijn gekomen. Maar het vervolgen van de reis zit er niet meer in dit jaar. Uzbekistan wordt het eindpunt.

Nog even terug naar Aafke die net is gevallen. Aafke wil gaan fietsen, maar dat lukt echt niet. Om ons heen staan allemaal jochies waar we van aannemen dat ze geld willen hebben, dus die we zoveel mogelijk negeren. Uiteindelijk begrijpen we dat we zo niet verder kunnen, en ga ik met een van de jongetjes mee naar één van de boederijtjes langs de weg. De man daar begrijpt mijn gebarentaal en wijst op zijn ezelkar. Die sleep ik met de jongetjes naar de plek van het ongeluk, waar we Aafke erop leggen en hem terug gaan rijden. De jongens helpen ons nog met het meenemen van de fietsen, en zo zitten we ineens bij een Uzbeekse boer die geen woord Engels spreekt en een tapijt als bed aan kan bieden. Maar een dak boven het hoofd, een veilige plek. De man is zeer hulpvaardig en regelt op eigen houtje een dokter die wij niet nodig achtten. Deze neemt Aafke even apart en constateert al snel dat hij een foto wil laten maken. Gelukkig kan hij dit middels Tursunoy, een student uit Tashkent, op familiebezoek verderop, duidelijk maken en gaan Marius en Aafke in de doktersauto met Tursunoy en de dokter. Als ze terugkomen is duidelijk dat de reis ten einde is: een maand plat, is het devies van de dokter. Alles leuk en aardig, maar we zitten midden in niemandsland. Hoe gaan we dat regelen? Allereerst gaan we verkassen naar de familie van Tursunoy, want zij spreekt ten minste Engels. Aafke ligt daar op een van de mooiste bedden die je je kunt bedenken. Buiten, onder een boom, met allerlei groen om zich heen. Comfortabel zijn we toch al lang niet meer gewend, dus dit is een prinselijke plek om te slapen.

We regelen een simkaart via via, want wij mogen hem niet kopen. Hierop kan vervolgens de verzekering ons bereiken, en na twee dagen regelen ze een ambulance om Aafke naar een internationaal ziekenhuis in Tashkent te brengen. Wij moeten ons eigen vervoer regelen, want de ambulances zijn niet wat we hier gewend zijn. Dat blijkt, want het is een soort oude bestelwagen, waar de voorstoel is neergeklapt zodat er een geïmproviseerde brancard in past. Gelukkig kan Aafke er om lachen, ook al zal ze 450 kilometer over slecht wegdek met dit ding moeten rijden. Wij gaan er 's ochtends vroeg achteraan in de bus, en pakken in Tashkent een taxi naar het ziekenhuis. Wederom, gemakkelijker gezegd dan gedaan, want zelfs met een vertaalster bij ons, weet de man het niet te vinden. Het zou in de buurt van de vrouwengevangenis moeten zijn denkt hij, maar hij heeft het mis. Het ís de vrouwengevangenis, die bestaat namelijk niet. Het ziekenhuis is een diplomatieke missie, en niet bedoeld voor Uzbeken. Daarom wordt het geheim gehouden, en dat werkt goed merken we. Aafke maakt het goed, en ondertussen heeft de dokter ter plekke nieuwe foto's gemaakt en met diagnose naar de verzekering gestuurd. Na enig wikken en wegen besluit deze dat Aafke naar Nederland vervoerd kan worden, en nog eens twee dagen later ligt ze plat op de plek waar eigenlijk 6 stoelen hoorden te staan in een vlucht via Istanbul. Marius en Aafke met fietsen naar huis, en ik nog in Uzbekistan. De verzekering gaat natuurlijk geen terugvlucht voor mij dekken, en bovendien had ik hem net geboekt voor een week later.

Dus mag ik de volgende ochtend op zoek naar geld. Dat hebben we namelijk ineens niet meer. En ben ik toch blij dat ik de creditcard van Aafke mag lenen...pinnen schijnt zo goed als onmogelijk te zijn zonder creditcard. Nou, zelfs met creditcard moet je uitkijken. Mastercard, wat is dat? En heb je dan eindelijk een cirrus+mastercard automaat gevonden, is die buiten werking. Dan maar naar de bank die eigenaar van dat ding is. Nee, je moet naar hotel Uzbekistan. Het is niet waar zeg, daar ben ik al geweest. Toch maar eens naar binnen daar. En de hele tijd lopen, want ik heb geen geld meer voor een taxi...Na drie uur heb ik dan toch eindelijk 300 dollar kunnen pinnen, en kan ik mijn spullen op gaan halen in het ziekenhuis. Ik laat ze verkassen naar de garage van Tursunoy, waar ik mag logeren totdat ik terugvlieg.

De volgende dag gaan we maar eens de registratie regelen. Had ik nog niet verteld, registratie. Maar we komen er in het ziekenhuis collectief achter dat je in plaats van één nacht, eigenlijk élke nacht geregistreerd zou moeten zijn. Aan de grens doen ze niet moeilijk. Maar op het vliegveld wel, want dan heb je toch wel geld. Met terugwerkende kracht hebben we een registratie te pakken in het duurste hotel van de stad, a 20 dollar pp per nacht. Vervolgens 10 dollar pp per nacht bij een ander hotel, maar daar krijgen we ook te horen dat je voor 15 dollar bij een persoon kunt registreren voor 30 dagen. Te laat voor Marius en Aafke, maar flinke kostenbesparing voor mij. Dacht ik. Eenmaal met Tursunoy bij het drukke overheidsgebouwtje blijkt het 20 dollar plus 30 dollar smeergeld te zijn. Scheelt me dus 20 dollar. Maar het is wel legaal en eindelijk af.  Ik kan nu met een gerust hart naar Samarqand, waar Dilshod bij zijn familie zit. En waar zo mogelijk nog meer te zien is dan in Bukhara.

Weer terug met de bus, opgekropt in een te kleine plaats omdat de chauffeur de bus vol wil hebben in de gigantische hitte. Gekken, dat zijn het. Helaas kan ik hem alleen in mijn eigen taal goed uitschelden. Eenmaal bij Dilshod aangekomen blijkt zijn moeder jarig, de hele familie aanwezig en ik zoals gebruikelijk een populair toastobject. We mogen in Europa van geluk spreken dat de Aziaten niet tegen alcohol kunnen, anders zouden we met flinke katers zitten elke keer dat we ergens waren uitgenodigd. Hoewel nee zeggen natuurlijk ook kan, maar dan moet je wel sterk staan. In ieder geval wordt mij de volgende ochtend door een oom gevraagd hoe het met mijn hoofd is. Ik voel me werkelijk kiplekker, dus ik snap de vraag aanvankelijk niet. Uiteindelijk bedenk ik me dat we wat wodka hebben gedronken de avond ervoor, en dat de man waarschijnlijk zelf aan een barstende koppijn lijdt als gevolg hiervan.

Ulug Bey (of Ulugbek, Ulugh beg, voornaam Mirzo, 1407-1449), groot heerser van Turkestan (of zoals sommigen schrijven, Iran), afstammeling van koning Temurlan (of Timoer Lenk, of vele andere verbasteringen, 1336-1405) en één van de grootste astronomen uit de wereldgeschiedenis, heeft Samarqand ooit als hoofdstad van zijn rijk bestempeld en er een groot observatorium laten bouwen. Hij bouwde een reusachtig sextant van marmer, 63 meter lang en met een kromtestraal van 40 meter, uitgelijnd op de lokale meridiaan, en telde hiermee meer dan 2000 sterren. Ook bepaalde hij dat de Aarde om de zon draaide, en berekende zelfs dat de aarde er 365 dagen, 5 uur, 49 minuten en 15 seconden over deed, een tijdspanne vergelijkbaar met de moderne waarde van het tropisch jaar van 365d 5h 48m 45s. (Bron: Wikipedia, en onbetrouwbare bordjes ter plekke)

Hoewel dit alleen al natuurlijk een grote reden is om eens naar Samarqand te gaan, is er nog veel meer  te vinden. Vanaf Ulugbek is met begonnen met de bouw van Registan, een groot plein met daaromheen Madrassa's, Islamitische scholen. De foto's spreken voor zich, maar je kunt ook even via google zoeken, dan kom je ze in betere kwaliteit tegen. Hoewel Esfahan op mij veel indruk had gemaakt, zijn Bukhara en Samarqand oorspronkelijker en zo mogelijk nog indrukwekkender. En dan het privilege van een rondleiding erbij, ik was blij nog een weekje te kunnen blijven.

Na Dilshod naar het vliegveld te hebben gebracht, kon ik weer twee nachten logeren bij Tursunoy, alvorens ik het vliegtuig ging pakken. Ik had nog steeds geen doos voor mijn fiets, dus we zijn eens op zoek gegaan. Helaas fietsen er natuurlijk niet zoveel mensen in Uzbekistan, en haalt al helemaal niemand het in zijn hoofd zoiets mee te nemen in het vliegtuig. Geen doos dus, dan maar zonder. Gevolg: sleutel afgebroken in het slot onderweg. Heerlijk, die mensen die je vragen je sleutel er alsjeblieft in te laten. Ook de trappers zijn trouwens niet meer meegekomen, die vond de douane te gevaarlijk. Maar goed, ik was nog niet gevlogen, ik had beloofd eerst wat Hollands te koken. Dus daar kwam de hutspot weer, en havermoutpap toe. Waar de reacties in Istanbul nog wat lauw waren (niet zo raar, die was wat mislukt), werd hier extra opgeschept. En hoewel het ook uit beleefdheid kon zijn, denk ik toch dat dat meevalt. Uzbeken kunnen wat botter zijn dan Iraniërs, en bovendien past hun smakenpallet goed bij het onze. In ieder geval ging de hutspot op en waren ze allemaal erg vereerd met de hollandse pot. Toen ik ook nog het internet had gemaakt voor hen (in het Russisch, ik snap nog steeds niet hoe het lukte), kon ik helemaal niet meer stuk. Maar goed, bij ons kunnen zij niet meer stuk, ze hebben ons immers onvoorwaardelijk geholpen in de meest benarde situatie die we ooit hebben meegemaakt.

Ik moet nog wel even iets kwijt over gastvrijheid. Iraniërs en Turken zijn gastvrij, Iraniërs tot in het absurde toe. Maar Uzbeken weten hoe het hoort. Net zoals lang geleden in Nederland, heeft elk respectabel huis een gastenkamer. Deze kamer staat altijd klaar om belangrijke gasten in op te vangen. Pracht, praal en veel snacks gereed. Ook een tv tegenwoordig. In onze huidige maatschappij vinden mensen dit maar onzin natuurlijk, tenzij je veel geld hebt. Maar daar moet je, zo gauw je dat kunt, laten zien dat je veel kunt kopen en gasten goed kunt ontvangen. Ik vond het hartstikke zonde, want deze gastenkamer nam bij de familie van Tursunoy een derde van het appartement in beslag. De ouders sliepen in de eetkamer ten gevolge.

De vlucht naar Nederland was voor Aafke en Marius goed verlopen, en voor mij was het dorstig maar verder prima. Ik had namelijk wat extra moeten betalen op het vliegveld, waardoor ik geen cent meer had. En ik kreeg niets in het vliegtuig, tenzij ik even cash bij kon leggen. Maar goed, eenmaal goed op schiphol geland, en al je spullen min of meer in orde terug, maakt dat allemaal niets meer uit. Jammer dat het is afgelopen, maar toch ook wel prettig om weer eens te weten waar je aan toe bent.

Morgen komt er iemand van Tibet naar School bij ons langs, en zullen we symbolisch het opgehaalde bedrag overhandigen. We gaan dan nog een conclusiestuk schrijven waarin wat feiten en meningen worden opgesomd over de reis in zijn geheel. En dan is het voorlopig afgelopen met Cycling2Tibet. Want hoewel we allemaal ooit de reis af willen maken, gaat dat voorlopig nog niet lukken. In ieder geval niet op de fiets.
 
Next >