| Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: |
|---|
| Turkmenistan |
|
There are no translations available Het was eerst de bedoeling om Turkmenistan en Uzbekistan in één te shrijven. Maar dat werd 9 pagina's, en dat is toch wel erg zware kost. Dus nu in twee stukken. Ik weet in ieder geval weer precies waarom ik de hele tijd tegen het schrijven van deze stukken aan heb zitten hikken. Er is gewoon zoveel te vertellen. Binnenkort vertaal ik het ook nog naar het Engels, maar dat stuk wordt in principe vergelijkbaar met deze twee stukken. En mijn persoonlijke excuses voor het op de proef stellen van uw aller geduld. Ik hoop dat het eindresultaat de stemming wat milder kan maken. De Turkmeense grens is de eerste grens waar er echt belangstelling is voor onze spullen, de tassen mogen allemaal door een scanner, en het kettingslot van Marius moet toch wel even eruit gehaald worden, evenals een stapel boeken. Maar eigenlijk is belangstelling het verkeerde woord. Hier zien we voor de tweede keer deze reis de erfenis van de Sovjetunie. Alles hoort goed gecontroleerd te worden, driemaal ingevuld en gerapporteerd. Tot dat klaar is, moet je gewoon even geduld hebben. Wat je aan het doen bent of wat je bij je hebt maakt ze eigenlijk niet zoveel uit. Maar regels zijn regels, en je baan verliezen is een stuk dramatischer dan een paar toeristen even ophouden. Ik doe ze wel een beetje tekort, want enkele van de lagere rangen zijn zeer geïnteresseerd aan het kijken, maar spreken helaas geen Engels. De man die de baas lijkt is echter zo stoïcijns als Koningin Beatrix tijdens haar troonrede. Misschien zelfs nog erger. Wat in het vervolg van Turkmenistan opvalt is de vele controles. Iedereen is correct, rustig en vriendelijk nadat alles ok blijkt. Maar ze moeten echt even je paspoort zien. Op het station zelfs 4 keer. We zijn in drie dagen Turkmenistan zo'n tien keer gecontroleerd. Dat is ongeveer evenveel als ons totale aantal controles in de 3 maanden daarvoor. Bizar, maar reden te meer om zo snel mogelijk naar de grens te reizen. Ik heb immers maar 3 dagen in Turkmenistan, en niemand weet wat er kan gebeuren als je te lang blijft. Aangezien ze het sowieso zullen zien gezien de vele controles, gaan we het gewoon niet proberen. Een andere overgang is de wegkwaliteit. Waar de grenspost al raar weggestopt zat, blijkt dat het hele land een beetje achterblijft bij de grote buurman, Iran. Naar het schijnt is de hoofdstad de enige uitzondering op deze pijnlijke waarheid. Het land is arm, de economische plannen niet bijzonder verstandig, en dat zie je gelijk terug op de weg. Hoewel de militairen allemaal netjes gekleed gaan (netter dan in Iran en Turkije), hebben we slechts één verkeersbord gezien in heel Turkmenistan, en is het de hele dag op de weg letten. Er zitten zoveel kuilen en hobbels in, dat je misschien nog net niet onderuit gaat als je niet oplet, maar vast rugklachten krijgt op den duur. De kortere route hebben we niet gevonden, dat was wellicht één van de zandwegen die we voorbij zagen komen. Nadat de irritatie over het wegdek al een kookpunt heeft bereikt, begint ons ook te dagen dat we in 60 kilometer Turkmenistan 3 huizen en een controlepost hebben gezien. Verder totaal niets. Jawel, één gele varaan, dood op de weg en grofweg een meter lang. Dat was op zich wel leuk, maar verder beginnen we ons toch duidelijk te vervelen. Gelukkig komt er een afslag aan, alwaar een stel vrolijke Turkmenen stops en ons gebaart dichterbij te komen. Met gebrekkig Russisch en veel gebaren kom je nog wel ergens in een gesprek. Maar dat ergens een halve liter wodka in zou houden, hadden we even niet ingecalculeerd. We waren net blij met het brood, de tomaten en de worst, toen de russische wodka tevoorschijn kwam. En trots dat de mensen waren, uit Rusland, echte kwaliteit! Ja, ehm, leuk, dank je, maar liever niet. We zijn al gekookt, de alcohol gaat waarschijnlijk niet al te best vallen. Maar ja, in elk land moet je opnieuw leren hoe je dingen netjes kunt weigeren. We hadden immers al ja gezegd tegen eten, dan hoort er natuurlijk drinken bij. Desgevolg had ik een kilometer later spontaan spierpijn en Marius en Aafke voelden zich licht in het hoofd. We kwamen bij wat leukere gebieden, met wat bomen en bruin water. Zo gauw mogelijk een kampeerplek gezocht, maar dat bleek op een transportroute te zitten. Dus weer iets verder en het volgende zandpad in, dit was meer naar onze smaak. Al kun je in een woestijngebied natuurlijk moeilijk uit het zicht kamperen, we zouden niet meteen opvallen. De volgende dag doorfietsen naar Tejen, een stadje met een station. Daar wilden we de trein naar de grens pakken. Vroeg vertrokken omdat we geen idee hadden hoe ver we nog moesten. Staan we natuurlijk om 11:00 al op het station, en na 3 uur kaartje kopen en gecontroleerd worden, hebben we inderdaad een kaartje. Hoezee. Ook geld kunnen wisselen ter plekke, maar dat was toch wat raar. Ze hebben in Turkmenistan een inflatie van zo'n 200 procent blijkbaar, en om daar iets aan te doen hebben ze vorig jaar besloten nieuw geld uit te brengen. Deze nieuwe munt is 1/5000ste van de oude. Niet al te moeilijk rekenen, maar de Turkmenen kunnen blijkbaar niet al te best rekenen, want die rekenen alleen maar met de oude eenheid. En dan natuurlijk niet zomaar in de oude eenheid, nee, in 1/1000ste van de oude munteenheid. Logisch, als je Turkmeen bent. Maar als dat niet in je lonely planet staat, begrijp je daar natuurlijk niets van. Het heeft de nodige ruziënde gebaren gekost om een berekening op papier te krijgen en eindelijk te begrijpen dat ze eigenlijk wel eerlijk wisselden. Goed, we zitten dus nog even te wachten op de trein, want het is een nachttrein. Kaarten dan maar. Plots staan er twee meisjes bij ons, die enkele engelse woorden kennen en wat vragen stellen. Ze houden het kort, en vertrekken weer. Om een half uur later terug te komen en te vragen om een foto met ons. Geen probleem, en hierna zijn ze er wederom vandoor. Wel handig, mensen die willen praten maar eindelijk eens weten wanneer ze niets meer te zeggen hebben. Maar deze kwamen vervolgens nog terug om ons de foto's te laten zien, een paar aan ons te geven, en of wij dan alsjeblieft ook even iets wilden schrijven op de foto's die ze zelf zouden bewaren. Waarna ze weer verdwijnen, en een uurtje later weer terugkomen met cadeau's voor Aafke, die ze echt het stoerste vonden in de groep. Niet zo raar, in een land waar het grootste deel van de vrouwen in een traditionele slanke jurk loopt (wel erg mooi, verrassend genoeg) en het dragen van een broek er dus al bijzonder uitziet. En tot slot kwamen ze ons nog even uitzwaaien die avond. De mensen onderweg blijven verbazen. In de trein delen we een slaapcabine met een Turkmeen die in Ankara studeert en goed Engels spreekt. Zo komen we van alles te weten over het land en zijn bestuur. Of het echt betrouwbaar is, is natuurlijk de vraag. De president is een hele goede man, die ontzettend hard zijn best doet voor het land en iedereen is hem dankbaar. Hij is natuurlijk wel alleen, dus heel hard zal het allemaal niet gaan. Maar daar kan hij ook niets aan doen. Op ons komt het over als een dictator die zijn volk goed begrijpt. Verkiezingen kennen ze namelijk ook niet, en de goede man ziet er weldoorvoeder uit dan de mensen die wij tegengekomen zijn. Bovendien is een subsidie op olie en gas, waardoor ze gratis of bijna gratis zijn, niet goed te praten. Het schaadt je eigen economie, en het is ondertussen zo erg dat Turkmenen het gas open laten en het vuur aan, de hele dag. Dat scheelt lucifers en is dus goedkoper. Met alle grondstoffen in Turkmenistan moet te bouwen zijn aan een gezonde staat, maar het schiet nog minder op dan in Iran. Het is erg jammer voor de mensen, maar aan de andere kant lijken ze wel tevreden. En ze hebben ten minste wel te eten, het is nog geen Afrika daar. In Turkmenabad is het een heel gedoe om de fietsen van de trein te krijgen, temeer daar we ineens smeergeld moeten betalen voor de vrouw die ze heeft ‘bewaakt'. Ze heeft namelijk de hele rit in Turkmenabad staan wachten tot onze fietsen veilig aankwamen, en daarvoor moet ze beloond worden. Dat we het ticket al hadden betaald snapten ze natuurlijk niet. Want wat heeft dat er in hemelsnaam mee te maken, toch? Maar goed, eenmaal weer te fiets hebben we alleen deze dag nog om het land uit te komen, dus laten we maar gaan. Het is nog erg vroeg en de grens staat op de kaart binnen 5 kilometer, maar je weet maar nooit in dit soort streken. En natuurlijk is de grens met Uzbekistan slechts via een grote omweg te bereiken, dus zijn we blij zo vroeg vertrokken te zijn. Wat op onze kaart minder dan 5 km is, is in het echt 25 kilometer. En dan moet je de grens nog over. Ook hier wordt alles zorgvuldig opnieuw ingevuld, ook de 10 euro die we bij ons hebben mogen op het papiertje. Gelukkig hoeven we de inhoud van onze fietstassen niet te laten zien, scheelt weer pakken. Nu zijn we dus Turkmenistan uit, en moeten Uzbekistan nog in. Nieuwe hekken, pijltjes en woorden die we niet kennen. Maar als altijd staat er een vriendelijke agent om ons het juiste gebouw te wijzen. Alwaar we alweer mogen invullen op een Russisch blaadje wat we toch allemaal bij ons hebben en wie we zijn. Dit keer echter maar één velletje, waarom weten we niet. En de volgende beambte ook niet, want die wil ons tweede velletje hebben. Na enig gesteggel mogen de fietsen dan maar gauw door de scanner. Meer voor de vorm, want niemand kijkt vervolgens naar het beeldscherm. Nog één militair verder, en we zien een bord: Tashkent 690 kilometer! |
| < Prev | Next > |
|---|
